Presentatie

Management

Foto’s

Sipef

Beneficial interest AvH: 27,8%
AvH Contact: Tom Bamelis
www.sipef.com

Sipef is een Belgische beursgenoteerde plantagegroep die zich toelegt op duurzame tropische landbouw (60.637 ha oliepalmen, 6.325 ha rubber) in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea.

Informatie uit het jaarverslag 2016

De kernactiviteiten van de groep bevinden zich historisch op het eiland Sumatra in Indonesië, waar gespreid over diverse locaties een totaal van 47.016 hectaren aangeplant zijn met oliepalmen en 6.325 hectaren met rubberbomen, ondersteund door 5 palmolie extractie-fabrieken en 3 rubberfabrieken. In het gebergte nabij Bandung op het eiland Java bevindt zich Cibuni, een hoogwaardige theeplantage met 1.743 beplante hectaren en een bijhorende fabriek voor de productie van zwarte thee. De Indonesische activiteiten zijn veruit het belangrijkst voor de groep en vertegenwoordigen 58,4% van de brutobedrijfswinst.

Sinds de jaren ’70 werd ook een tweede, weliswaar kleinere plantageactiviteit ontwikkeld in Papoea- Nieuw-Guinea. De oliepalmplantages werden gestaag uitgebreid tot een vestiging met 13.621 hectaren oliepalmen en 3 fabrieken, terwijl de rubberactiviteiten door een gebrek aan rendabiliteit in 2016 werden verkocht. Door de verwerking van de oogsten van ongeveer eenzelfde oppervlakte oliepalmen behorend aan omliggende boeren, staan de palmolieactiviteiten in Papoea-Nieuw-Guinea in voor 35,4% van de brutobedrijfswinst.

De focus van het bedrijf ligt dus volledig op Zuid- Oost-Azië. Van de historisch belangrijkere belangen in Afrikaanse landbouwondernemingen zijn enkel nog de rendabele productie van bananen en tropische bloemen in Ivoorkust voor de Europese exportmarkt behouden, op een totale oppervlakte van 732 beplante hectaren, die 4,8% van de brutobedrijfswinst van 2016 vertegenwoordigden.

Financieel overzicht 2016

Sipef kende operationeel een goed jaar, waarbij een sterk stijgend palmolievolume in het vierde trimester de relatief moeilijke productieomstandigheden eerder in het jaar kon compenseren. Door stabiele kostprijzen en naar het einde van het jaar toe stijgende verkoopprijzen voor palmolie en rubber, steeg de jaaromzet van de groep met 18,2% en de brutobedrijfswinst met 69,1%. Hierdoor bedroeg het bedrijfsresultaat 47,5 miljoen USD tegenover 21,4 miljoen USD vorig jaar.

Aangezien de langetermijninvesteringen in de landbouwsector traditioneel worden gefinancierd vanuit het eigen vermogen van de onderneming, zijn de financiële kosten zeer beperkt. Na een effectieve belastinglast van 26,9% bleef er een netto IFRSresultaat (deel groep) over van 39,9 miljoen USD. Dit is meer dan een verdubbeling van het resultaat van 18,7 miljoen USD in 2015.

Operationeel overzicht 2016

Sipef -1-NLVooral in het tweede en derde trimester van het jaar ondervonden de palmolieactiviteiten de uitgestelde droogte-effecten van het in 2015 heersende El Niño weersfenomeen. Een uitzonderlijk productief vierde trimester zorgde echter voor een omkering van de trend, zodat het jaar alsnog werd afgesloten met een 2,3% algemene productiestijging voor de groep. De relatief jonge aanplanten in het palmolieproject UMW/TUM in Noord-Sumatra (+33,9%) en deze van Hargy Oil Palms in Papoea-Nieuw-Guinea (+7,9%) leden duidelijk minder onder de droogte dan de meer mature aanplanten elders in Noord-Sumatra (-7,7%) en in Agro Muko in Bengkulu (-2,0%). Ook de oudere aanplanten van omliggende boeren in Papoea-Nieuw-Guinea hadden een langere herstelperiode nodig (-2,1%).

De jaarlijks door de lokale overheden opgelegde verhogingen van de werknemersvergoedingen werden in belangrijke mate gecompenseerd door lagere prijzen voor meststoffen en brandstof, en dankzij de blijvende verzwakking van de lokale munten tegenover de USD, bleef de in USD uitgedrukte productiekostprijzen dan ook goed onder controle.

De palmoliemarkten negeerden in eerste instantie volledig de signalen van de door El Niño verwachte lagere palmolieproductie en record oogsten van sojabonen in Zuid-Amerika ondersteunden deze negatieve prijstendens. Het was pas in het derde trimester dat de industrie de volle impact besefte van een reductie van 6 miljoen ton van het jaarvolume van de twee hoofdproducenten Indonesië en Maleisië. Dergelijke daling was nog niet eerder voorgekomen en door de lage voorraden werden vooral de kortetermijnposities naar prijshoogtes gedreven. Het jaar werd dan ook afgesloten op een waarde van 765 USD per ton CIF Rotterdam.

Ondanks de verkoop van de verlieslatende rubberplantages in Papoea-Nieuw-Guinea en een stijging van de volumes met 3% in Indonesië, bleef de bijdrage van de rubberactiviteiten aan de brutobedrijfswinst licht negatief. De aanhoudend lager groeirubberprijzen in 2016 maakten het zelfs voor de zeer kostprijsefficiënte plantages in Indonesië niet mogelijk om winst te behalen en de naar jaareinde plotse stijging van de wereldmarktprijzen waren dan ook zeer welgekomen. Een verhoogde afname van China en een vooruitzicht voor aantrekkende economie in de US na de verkiezingen, in combinatie met veel neerslag in de productielanden Thailand en Vietnam, gaven een andere kijk op de aanwezige voorraden en deden de prijzen opnieuw boven 2 USD per kg eindigen.

De door Sipef in Indonesië geproduceerde zwarte thee is vergelijkbaar met de kwaliteit van Keniaanse thee, die door goede neerslag in voldoende mate aanwezig was in de eerste maanden van het jaar. Het duurde tot het vierde trimester voor de lagere prijsnoteringen enigszins stabiliseerden en opnieuw aantrokken, gedreven door een beperkt La Niña droogte-effect op de Keniaanse velden. De brutobedrijfswinst voor thee werd dan ook gehalveerd tegenover het goede jaar 2015.

De door Sipef geproduceerde bananen worden vanuit Ivoorkust met vooraf vastgelegde contractprijzen en volumes aangeboden aan een voornamelijk Brits en Frans cliënteel, waardoor de invloed van de volatiele bananenmarkten, gedreven door wijzigende volumes vanuit Midden- en Zuid-Amerika, beperkt wordt. Weersomstandigheden en managementwissels gaven niet de voor 2016 verwachte volumes voor deze uitbreidende activiteit.

De focus van Sipef’s uitbreidingsplannen lag echter volledig op de ontwikkeling van bijkomende oliepalmplantages in Zuid-Sumatra in Indonesië. Op de 3 concessies in de Musi Rawas regio kon door de bijkomende compensatie van 2.662 hectaren per eind 2016 reeds een totaal van 11.354 hectaren landbouwgronden verzekerd worden voor ontwikkeling. Hiervan zijn 6.097 hectaren beplant of voorbereid voor aanplanting, een verdubbeling sinds einde 2015. Sipef wenst het totale project op minstens 18.000 hectaren te brengen, waarvan 3.000 hectaren worden voorzien voor omliggende boeren.

Na het afstoten van meer dan 3.000 hectaren verlieslatende rubber, zorgen de bijkomende aanplanten van 2.854 hectaren palmolie ervoor dat Sipef per einde 2016 een totale oppervlakte van 69.437 hectaren uitbaat, waarvan 18,9% het productiestadium nog niet heeft bereikt. Bij deze uitbreiding van activiteiten blijven de duurzaamheidsaspecten in het kader van de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO) certificatie een eerste vereiste.

 

Vooruitzichten 2017

Dankzij gunstige weersomstandigheden is het jaar sterk gestart met stijgende volumes in palmolie en rubber in de eerste twee maanden van het jaar. De volumeverwachtingen voor de volgende maanden blijven, ondanks de normale productietendensen, positief en ook de prijsevolutie voor het eerste semester is gunstig. Er werd dan ook van deze recente marktevoluties gebruik gemaakt om volumes in de markt te plaatsen die moeten toelaten om de goede prijzen voor de eerste jaarhelft te verzekeren. De aangekondigde recordoogsten van sojabonen in Zuid- en Noord-Amerika in de rest van het jaar wegen inmiddels op de prijsvooruitzichten voor het tweede semester.

De verwachte bijdrage van rubber wordt in belangrijke mate ondersteund door de snel stijgende prijzen op de wereldmarkt, gedreven door een groeiende vraag en een tijdelijk verstoord aanbod vanuit Thailand en Vietnam.

In het eerste trimester 2017 zal Sipef ook de - in december 2016 aangekondigde - verwerving van 47,71% van PT Agro Muko in Bengkulu in Indonesië afronden met de betaling van 144,1 miljoen USD. Hierdoor verhoogt het belang tot 95% en wordt exclusieve controle verworven. Er worden 9.366 hectaren bijgevoegd aan de hectaren (aandeel van de groep). Tevens werd op 21 februari 2017 aangekondigd dat een akkoord werd bereikt voor de mogelijke overname van 95% van de aandelen van PT Dendy Marker, voor de prijs van 53,1 miljoen USD. Dendy Marker is eigenaar van 6.562 voorbereide/geplante hectaren oliepalmen met een potentieel om uit te breiden tot 9.000 hectaren, alsook 2.781 hectaren omliggende boeren en een palmoliefabriek die tot 25 ton/uur kan verwerken.

Deze transacties zullen in de eerste jaarhelft 2017 worden gefinancierd door de combinatie van een kapitaalverhoging van maximaal 97,2 miljoen USD met behoud van voorkeurrecht voor de bestaande aandeelhouders en van een langetermijnfinanciering. Na deze verwerving en de verwezenlijking van de geplande uitbouw van de Musi Rawas expansie, zal Sipef 90.000 geplante hectaren in aandeel van de groep benaderen.

Sipef -2-NL

Open

Persberichten

23/05/2017 Sipef: Kapitaalverhoging
20/04/2017 Sipef: Tussentijdse verklaring
21/02/2017 Sipef: Mogelijke verwerving van PT Dendy Marker - Afronding van de verwerving van PT Agro Muko - Kapitaalverhoging